Pagina's

zaterdag 29 december 2012

Zwijmelen op zaterdag (5)

Het is weer zaterdag. Zwijmelen-met-Marja-dag.

Het liedje voor vandaag is weer een echt zwijmellied: Whiter shade of pale van Procol Harum.
Psychedelische rock. Een mengeling van popmuziek en klassieke muziek (Bach)
Het filmpje is ook schattig, heel erg tijdgebonden. De kleding is echt uit de flowerpowertijd.




Het lied heeft een onmogelijke tekst.

We skipped the light fandango
And turned cartwheels across the floor
I was feeling kind of seasick
The crowd called out for more
The room was humming harder
As the ceiling flew away
Whe we called out for another drink
The waiter brought a tray

And so it was that later
As the miller told his tale
That her face at first just ghostly
Turned a whiter shade of pale

She said there is no reason
And the truth is plain to see
But I wandered through my playing cards
Would not let her be
One of sixteen vestal virgins
Who were leaving for the coast
And although my eyes were open
They might just as well have been closed

And so it was that later
As the miller told his tale
That her face at first just ghostly
Turned a whiter shade of pale

Vertaald in het Nederlands:

We sloegen het lichte geflauwekul over
En deden radslagen op de vloer
Ik voelde me een beetje zeeziek
Het publiek schreeuwde om meer
De ruimte gonsde harder
Terwijl het plafond weg vloog
Toen we riepen we om nog een drankje
Bracht de ober een blad

En zo kwam het, dat later
Toen de molenaar zijn verhaal vertelde
Haar gezicht, dat eerst een beetje spookachtig was
Nog witter dan bleek werd

Ze zei dat er geen reden is
En dat de waarheid duidelijk te zien is
Maar ik dwaalde door mijn speelkaarten
Liet haar niet zijn
Eén van de zestien Vestaalse maagden
Die op weg waren naar de kust
En hoewel mijn ogen open waren
Hadden ze net zo goed gesloten kunnen zijn

En zo kwam het, dat later
Toen de molenaar zijn verhaal vertelde
Haar gezicht, dat eerst een beetje spookachtig was
Nog witter dan bleek werd

woensdag 26 december 2012

Donderdag 26 december 1957

Vervolg van woensdag 25 december 1957

's Morgens was het weer bijtijds opstaan want Greetje ging met haar vader en de grotere kinderen naar de kerk om tien uur.

Als ze dan thuiskwamen werd er weer uitgebreid ontbeten. In die tijd was de regel dat je met een lege maag ter communie ging en er pas gegeten werd nadat je weer thuiskwam van de kerk.
Eerst werden de kaarsjes in de kerstboom aangestoken en stond moeders emmer water weer klaar.

Daarna gingen ze weer liedjes zingen rond de kersttafel.
Soms gebeurde het dat een kind langs de kersttafel kwam en dan spontaan begon te zingen. Dan kon het gebeuren dat een van de zes andere kinderen zich erbij aansloot.

Op tweede kerstdag was het vaste prik dat de kinderen 's middags naar het kinderkerstfeest van de KABO (Katholiek Bond  van Overheidspersoneel, de vakbond van de vader van Greetje) in het gebouw Kunst en Genot gingen.
Dat was altijd heel leuk en Greetje vermaakte zich goed. Ze kreeg snoepjes en limonade en er was een kindervoorstelling. En ook hier werden er kerstliedjes gezongen.

Eens was er een goochelaar die koekjes ging bakken.  Eerst versnipperde hij een krant en deed die in een trommel. Daarna stak hij de papiersnippers aan en deed het deksel erop. Met zijn toverstokje tikte hij een paar keer op de trommel. Hij deed het deksel weer open en zie, er zaten allemaal koekjes in de trommel. Greetje vond het prachtig. Ze raakte er maar niet over uitgepraat. Wat een knappe man was die goochelaar toch.

plaatje van het wereldwijde web
Het diner 's avonds was niet zo bijzonder als op eerste kerstdag maar het was toch anders dan anders. Al was het alleen al omdat er soep én pudding was. Normaal was er alleen óf soep, óf pudding.

Zo waren alle kerstfeesten van Greetje in haar jeugd. Het was een vaste traditie en elk jaar was het weer hetzelfde, van kerstavond tot de avond van tweede kerstdag. Heel mooi, echt Kerstmis!

dinsdag 25 december 2012

Woensdag 25 december 1957

Vervolg van Dinsdag 24 december 1957

Op eerste Kerstdag moest Greetje al weer vroeg opstaan. Ze zouden om half elf naar de Hoogmis.  Ook daar werden weer veel kerstliedjes gezongen. En er werd een ander kerstverhaal verteld dat Greetje niet goed begreep (Joh. 1, 1-18). Maar het was weer wel mooi in de kerk. En na afloop mocht ze weer de mooie kerststal bekijken. De beelden waren bijna net zo groot als Greetje.

Zo ongeveer zag de kerststal in de kerk eruit, maar dan met veel meer
herders en schaapjes, en natuurlijk de kameel.
Moeder was naar de vroegmis geweest en toen ze thuiskwamen was er een heerlijk ontbijt (het woord brunch kende Greetje niet). Broodjes en beschuit die ze normaal niet kregen. En er was krentenbrood met spijs. Greetje at altijd eerst het krentenbrood op en als laatste de heerlijke, zoete spijs.

In de kerk hadden de kinderen gehoord van Vrede op aarde en allemaal deden ze hun uiterste best om geen ruzie te maken met Kerstmis. Als er al één een beetje vervelend ging doen, werd er al gauw door een van de andere kinderen gezegd: vrede op aarde. En waarlijk, er werd geen ruzie gemaakt. Ook Greetje deed haar best om die dag niet vervelend te zijn. Het was een heel bijzondere sfeer. Twee dagen in het jaar werd er niet of nauwelijks ruzie gemaakt.

Daarna ging iedereen rond de kersttafel staan, de kaarsjes in de boom gingen aan en ze gingen kerstliedjes zingen. Dat was heel mooi.  Allemaal verzameld rond het kindje Jezus. Zoals dit lied:


Maar deze vond Greetje het mooist:


's Middags werd er een bezoek gebracht aan opa en oma. Greetje vond het wel leuk maar het was er altijd vreselijk druk. In de zomer, als er veel bezoek was, konden ze nog buiten zitten en spelen, maar nu, in de winter zat iedereen binnen. Opa en oma hadden 10 kinderen, 6 schoonkinderen en 30 kleinkinderen. De meesten kwamen op eerste kerstdag. Geen wonder dat Greetje het wel erg druk vond.

Om 5 uur was er weer de gang naar de kerk. Ditmaal voor het Lof. Dat duurde niet zo lang, ongeveer drie kwartier met een korte preek. Verder was het heel veel zingen.

Thuis was er het kerstdiner. Nu was er rollade, maar Greetje hield niet van vlees en vandaag hoefde ze geen vlees te eten. Verder was er heerlijke tutti frutti en er waren twee soorten groente. Greetje kon dus kiezen wat ze het lekkerst vond. Uiteraard ging tijdens het eten de kaarsjes in de kerstboom weer aan en moeder stond weer klaar met haar emmer water.

Daarna moest Greetje en de andere kleine kinderen naar bed. Ze was ook doodmoe. Ze had vannacht maar kort geslapen en er waren veel dingen anders dan op een gewone zondag. Maar ze vond het, zoals elk jaar weer, een bijzonder mooie kerstdag.

Wordt vervolgd.

maandag 24 december 2012

Dinsdag 24 december 1957

Het is de dag voor Kerstmis. Greetje is 7 jaar oud. Ze heeft vandaag kerstvakantie gekregen tot 7 januari. Dat is de dag na Driekoningen en dan moet ze weer naar school.

Vandaag is het een opwindende dag. Het is de dag voor Kerstmis en er moeten allerlei dingen gebeuren.

Vandaag wordt de kerstboom gezet. De dozen met kerstspullen zijn al van zolder gehaald en moeder heeft gecontroleerd of alle glazen ballen nog heel zijn. Anders moeten er nog snel even nieuwe gekocht worden bij de galanteriewinkel in de buurt.
O, wat een mooie ballen allemaal. Greetje was al weer vergeten hoe mooi ze waren. Ballen in allerlei vormen en kleuren en soms wel twee of drie kleuren op een bal. Er waren ook hele mooie ballen met een deuk erin, in de vorm van een ster. Ook waren er sneeuwmannetjes en sterren en  vogeltjes, allemaal van glas. Maar het mooiste vond Greetje toch het kerstklokje. Die kon echt klingelen. En dan was er nog de kerststal. Maar die werd nog niet uitgepakt. Jammer, dat moest nog even wachten.

De oudste broers waren al naar het bos geweest om mos te halen en Greetje en haar twee jongere broertjes moesten zand uit de tuin halen om paadjes te maken.
De naaimachine van moeder was al naar de slaapkamer verhuisd. Die moest plaats maken voor een tafel om de boom en de stal op te zetten. De tafel werd met de korte kant tegen de muur gezet zodat alle kinderen rond de kersttafel konden staan.

Eindelijk dan kwam vader van zijn werk met een mooie boom.  Die (de boom en niet vader) werd op de tafel geplaatst en het optuigen kon beginnen. Eerst gingen er slingers in van kleine, zilveren balletjes. Dan werden de ballen erin gehangen en uiteraard de mooie piek helemaal bovenin. Vervolgens werden de knijpertjes voor de kaarsjes op de uiteinden van de takken geplaatst. En dan kwam misschien nog het allerleukste: er kwamen koekjes en snoep in de boom: kerstkransjes, musketkransjes, chocoladekransjes. O, heerlijk allemaal, maar je moest er wel van afblijven en dat was best wel moeilijk voor Greetje. Stiekem heeft ze er best wel eens eentje, als ze alleen in de kamer was, eruit gepikt.
Als allerlaatste werd er her en der op de boom engelenhaar gedrapeerd. Dat engelenhaar moest je eerst losmaken maar Greetje vond dat geen leuk werkje omdat het spul altijd jeuk gaf op je handen.



Vóór de kerstboom kwam dan de kerststal. Die herinnerde Greetje zich nog wel van vorig jaar. Het was een mooi stal gemaakt van stro, echt een mooie stal voor het kindje Jezus. Het mos werd op de tafel uitgespreid en er werden paadjes gemaakt van het zand. Daarna werden de beeldjes uitgepakt. Maar dat was geen kinderwerk. Alles kwam te voorschijn en kreeg een plaatsjes: de herders met de vele schaapjes, de os en de ezel, Jozef en Maria en als laatste het kribbetje met het kindje Jezus.

Dit is de beeldengroep uit het ouderlijk huis van Greetje, inmiddels zo'n zeventig jaar oud.

De drie koningen en hun kameel werden helemaal achteraan geplaatst. Elke dag deden ze een stapje naar voren, totdat ze op 6 januari ook bij de stal stonden.

Boven de kerststal werd de engel gehangen. De engel had een lint in zijn handen. Daarop stond: Gloria in excelsis Deo. Greetje moest weer vragen wat dat betekende. Dat was ze vergeten. Eer aan God in de hoge.
Om de tafel heen werd nog groen crêpepapier aangebracht en toen was het klaar.
Greetje wilde er graag nog een poosje van genieten maar dat kon niet. De kinderen moesten snel naar bed. Anders zouden ze 's nachts in de kerk slapen.

Om 11 uur werden de kinderen gewekt, er werd nog even een washandje door hun slaperige snoet gehaald en toen gingen ze naar de kerk. Dit jaar was het eerste jaar dat Greetje ook mee naar de nachtmis mocht. De Mis begon om middernacht maar je moest er zeker om half twaalf al zijn anders zat de kerk propvol en moest je staan. Greetje vond dat geen probleem omdat ze om half twaalf al begonnen met het zingen van kerstliedjes. En Greetje hield van kerstliedjes zingen. Bovendien was het lekker warm in de kerk en er brandden zo veel kaarsen.

Tijdens de Mis werd het verhaal verteld van de geboorte van het kindje Jezus. Dat was altijd best wel spannend omdat ze uiteindelijk toch wel een plekje gevonden hadden om de nacht door te brengen, al was het dan een armzalig plekje. En dat de herders als eersten wisten dat het kindje geboren was vond ze ook erg mooi.
Na de Mis gingen ze kijken bij de mooie grote kerststal in de kerk.

Als ze dan uit de kerk kwamen om een uur of half twee was het helemaal donker buiten, er was niemand buiten de kerkgangers op straat en hoe dichter ze bij huis kwamen, hoe minder mensen er waren. Zo laat, zo midden in de nacht en dan als gezin helemaal alleen op straat, dat was spannend.

Moeder was thuisgebleven met de 2 jongste kinderen. En toen ze dan thuiskwamen stond de tafel gedekt. Met overheerlijk krentenbrood met spijs. En warme chocolademelk of koffie voor de groten. En ook mochten de kaarsjes in de kerstboom aangestoken worden. Moeder had al een emmer water klaargezet voor het geval dat de boom in brand zou geraken.
Voor Greetje had het allemaal nog wel heel lang mogen duren, maar de kinderen moesten al gauw naar bed. Morgen moesten ze weer op tijd op.

Greetje vond het allemaal heel spannend, midden in de nacht naar de kerk, midden in de nacht op straat en midden in de nacht eten, met brandende kaarsjes. Een mooi begin van het kerstfeest.

Wordt vervolgd.

Zalig Kerstmis


Ik wens al mijn bloglezers een goede Kerstmis.

zaterdag 22 december 2012

Zwijmelen op zaterdag (4)


We leven dus allemaal nog, de wereld is niet vergaan.

Omdat het bijna Kerstmis is, heb ik gekozen voor een kerstliedje.
Dit lied symboliseert voor mij alles wat niets met Kerstmis te maken heeft: de kerstman en cadeautjes. Het is weliswaar geen liedje waarbij ík zwijmel, maar het zangeresje wil maar één ding en ze zwijmelt nu al van het idee dat ze het misschien zal krijgen.

Bovendien is het zo'n onmogelijke wens dat dit het toch weer tot een erg leuk liedje maakt. Het liedje zelf is al 60 jaar oud.
.


Update: De zangers is Gayla Peevey.

Hieronder een filmpje waarin ze te zien is:

 
 
Hier is de tekst:
 
I want a hippopotamus for Christmas
Only a hippopotamus will do
Don't want a doll, no dinky Tinker Toy
I want a hippopotamus to play with and enjoy

I want a hippopotamus for Christmas
I don't think Santa Claus will mind, do you?
He won't have to use our dirty chimney flue
Just bring him through the front door, that's the easy thing to do

I can see me now on Christmas morning, creeping down the stairs
Oh what joy and what surprise when I open up my eyes
To see a hippo hero standing there

I want a hippopotamus for Christmas
Only a hippopotamus will do
No crocodiles, no rhinoceroses
I only like hippopotamuses
And hippopotamuses like me too

Mom says the hippo would eat me up, but then
Teacher says a hippo is a vegeterian

There's lots of room for him in our two-car garage
I'd feed him there and wash him there and give him his massage
I can see me now on Christmas morning, creeping down the stairs
Oh what joy and what surprise when I open up my eyes
To see a hippo hero standing there

I want a hippopotamus for Christmas
Only a hippopotamus will do
No crocodiles or rhinoceroseses
I only like hippopotamuseses
And hippopotamuses like me too!
 

donderdag 20 december 2012

Kaartenmandje

Mijn moeder was niet zo'n fröbelmiep. Ik kan me niet herinneren dat we veel dingen samen gehandwerkt hebben of dat ik überhaupt van haar handwerken geleerd heb. Mijn moeder had dan wel haar breimachine maar dat was uit pure noodzaak. Ze kon ook verstelwerkzaamheden op de naaimachine uitvoeren, maar nieuwe kleren naaide ze niet. De talenten van mijn moeder lagen op een ander vlak.

Wat ik wel van mijn moeder geleerd hebben, is sokken stoppen. En met zeven kinderen waren er heel wat sokken te stoppen. 's Avonds kwam de sokkenmand te voorschijn en de maaswol en de maasnaald (met stompe punt!). En dan konden de meisjes aan het werk.  Je moest al jong leren sokken stoppen.
Ik vond het vreselijk werk, het moest allemaal zo precies gebeuren en dat was niets voor mij. De jongens hoefden alleen maar gaten in de sokken te maken; ze hoefden niet mee te helpen stoppen: dat was vrouwenwerk. Zoals ook de vrouw op nevenstaand schilderij eeuwen geleden deed.


Sok binnenste buiten keren. Linkerhand erin en de sok oprekken en dan maar mazen. Eest de lengtedraden en dan de breedtedraden. Het moest wel een stuk netter als op bovenstaande foto.

 Eén ding dat mijn moeder met ons maakte, herinner ik me nog goed : een kaartenmandje van ansichtkaarten.

Benodigdheden:
10 ansichtkaarten + 1 voor het hengsel,
haakgaren
naald met een groot oog

Naai 3 x 2 ansichtkaarten aan elkaar. Eén maal twee voor de onderkant, en tweemaal twee voor de lange zijkant.
Knip 4 andere kaarten enigszins schuin af. Deze zijn voor de korte zijkanten.  Naai deze ook per twee aan elkaar.
Naai daarna de onderdelen aan elkaar.
Knip de overgebleven kaart in repen en naai deze ook aan elkaar en aan het mandje.


Dit is nog zonder hengsel, misschien komt het ooit nog.

Ik heb een mandje gemaakt van lelijke kerstkaarten die ik had gekregen van iemand. Ik ga het gebruiken om de aan mij gestuurde kerstkaarten in te doen.





woensdag 19 december 2012

Stigmatisering autisme

Het volgende bericht van de website van de NVA (Nederlandse Vereniging voor Autisme)  gaat me na aan het hart:

NVA wil einde aan stigmatisering autisme


Nieuwsmedia melden dat de 20-jarige Adam Lanza, die op een basisschool in het Amerikaanse Newtown een bloedbad aanrichtte, mogelijk een vorm van autisme heeft; het syndroom van Asperger wordt genoemd. (Anderen menen dat hij een persoonlijkheidsstoornis had)

De Nederlandse Vereniging voor Autisme NVA maakt zich zorgen over deze berichtgeving omdat daarmee de suggestie wordt gewekt dat het mogelijke autisme van de dader hem gevaarlijk maakte. Autisme is geen oorzaak van, noch excuus voor crimineel of gewelddadig gedrag. Voor zover bekend brengt autisme geen verhoogd risico op crimineel of gewelddadig gedrag met zich mee. Mensen die autistisch zijn kunnen zich misschien wat anders gedragen, teruggetrokken leven, of wat nerd-achtig overkomen, maar dat maakt hen geen gewetenloze massamoordenaars.

In de praktijk zijn mensen met autisme vaker slachtoffer van pesten of geweld, dan dader. De NVA roept daarom media en het publiek op om mensen met een autismestoornis niet te stigmatiseren. Zij kampen ook zonder een extra stigma al meer dan genoeg met vooroordelen, uitsluiting en onbegrip.

Het is heel erg met wat er in Newton gebeurd is. Je kunt je er eigenlijk nauwelijks een voorstelling van maken, zo erg. Maar waarom wordt dat dan weer gerelateerd aan autisme? Toen Anders Breivik in Noorwegen zijn misdaden pleegde, werd er ook meteen gezegd dat hij autisme zou hebben.

Dat er wat met de geestelijke gezondheid van beide mannen wat aan de hand is, moge duidelijk zijn. Maar, zoals blijkt uit bovenstaande brengt het hebben van autisme niet een grotere kans op het veroorzaken van een bloedbad met zich mee dan het niet hebben van autisme.

zondag 16 december 2012

zaterdag 15 december 2012

Zwijmelen op zaterdag (3)

Zaterdag, zwijmeldag met Marja en de anderen. Vandaag is voor mij het grote Zwijmelen.

Na een tijdje had Freddy Quinn afgedaan. Er kwam iets heel anders voor in de plaats: 4 jongens uit Liverpool.

Als jonge tiener (teenager werd er destijds gezegd) werd ik gek op The Beatles. Ze waren alles wat de generatie boven mij niet was. En alleen al daarom vond ik ze geweldig.

Zo bestond het dat ze in 1964 zomaar naar Nederland kwamen.
O, wat had ik graag daar op Schiphol, in Amsterdam of in Blokker bij willen zijn! Ik zag het op de televisie en ik heb nog net niet meegegild, maar het had niet veel gescheeld. Dat was zwijmelen! En bij elke nieuwe plaat weer. Die ogen van Paul! Alsof hij op elke foto speciaal naar mij keek.



En het nummer I saw her standing there vond ik helemal mooi omdat Paul daarop solo zong en daarom extra veel in beeld gebracht werd.

woensdag 12 december 2012

Latijn

Ik ben nog van voor het Vaticaans Concilie. Dat betekent dat ik (als Rooms-katholiek) opgegroeid ben met het Latijn in de kerk.

Op zondag aan het eind van de namiddag moesten we ook naar de kerk voor het Lof. Daar werd altijd het Magnificat (Loflied van Maria, Lucas 1, 46-55) gezongen. Echter, voor een kind kwam het Latijn niet altijd even goed de mond uit. De eerste regel luidt: Magnificat anima mea Dominium (Hoog verheft nu mijn ziel de Heer,). Wij zongen dan: "Magnificat, Annie mag mee naar opa toe". Maar wel heel zachtjes.



Erger was het in de Mis. In het Credo, de geloofsbelijdenis kwam op een gegeven moment de volgende zin voor:  Et in Spiritum Sanctum, Dominum et vivificantem, qui ex Patre Filioque procedit. (Ik geloof in de heilige Geest, die Heer is en het leven geeft; die voortkomt uit de Vader en de Zoon.) Op een gegeven moment, ik zal nog een schoolkind geweest zijn, moesten we weer dat vivificantem zingen. Ik kreeg het mijn keel niet uit en bleef steken bij vivifififi. Mijn iets oudere broer moest daar om lachen. Sindsdien was het bij elke Mis raak: als dat vivificantem gezongen werd, keken wij elkaar aan en gniffelden stiekem, tot grote ergernis van onze ouders.



Het Latijn is voor een kind niet altijd even makkelijk. Maar toch heeft het wel iets bijzonders.
Een aantal jaren geleden was ik op bedevaart naar Echternach (Luxemburg). Daar kwamen katholieken bijeen uit zo ongeveer alle West-Europese landen. Maar samen zongen we het Credo, het Magnificat en vele andere Latijnse gezangen. Het was groots. Het maakt niet uit waar je vandaan komt, je spreekt dezelfde taal, je bent samen één wereldkerk.

Met dank aan Zeg nu zelf, voor de inspiratie.

zaterdag 8 december 2012

Zwijmelen op zaterdag (2)

Zaterdag. Weer tijd voor Zwijmelen op Zaterdag met Marja.
Het liedje voor vandaag is geen echt zwijmelliedje. Maar je kon het zo lekker meegalmen. En ach, het was zo'n schattig jochie.
Het liedje is uit 1967. Heintje was toen 12 jaar.

woensdag 5 december 2012

Vast in Bureau Warmoesstraat

Op een mooie zomerdag in 1955 besloten vader en moeder De Wit met hun kinderen een dagje naar Amsterdam te gaan. De Citroën van een oom werd geleend en daar ging dan het hele gezelschap, met zeven kinderen tussen de 2 en 12 jaar.

In Amsterdam aangekomen werd het gezelschap verdeeld. Vader kreeg een stel kinderen onder zijn hoede en moeder ook. Op een gegeven moment liepen ze over de Dam. Daar waren artiesten bezig hun kunsten te maken: clowns, acrobaten, vuurspuwers e.d. Allemaal heel erg interessant voor de kleine Greetje van 5. Ze wilde graag blijven kijken. Ook haar oudere broers bleven kijken, dus ze voelde zich wel veilig naast hen.
Op een gegeven moment riep vader de kinderen dat ze moesten komen en hij liep door (richting Kalverstraat). "Ja, ja, nog even",  zei kleine Greetje en ze bleef onverstoord en hevig geboeid verder kijken. Wat was dat allemaal toch interessant. Zoiets moois had ze nog nooit gezien!

Na een tijdje was de voorstelling afgelopen en kleine Greetje wendde zich naar haar broers. Maar wat was dat nou? Die kinderen naast haar waren niet haar broers, maar vreemde kinderen! Hoe kon dat nou? Waar waren haar broers dan? En haar ouders? En de andere kinderen?
Ze liep maar in de richting waarin ze haar vader eerder had zien lopen. Maar wat was het daar druk! Overal mensen! En ze keek alleen maar tegen jassen en rokken en pantalons aan. Zo kon ze nooit haar ouders terugvinden. Het duurde niet lang of kleine Greetje was helemaal in paniek en begon te huilen.

Er kwam een aardige mevrouw op Greetje af en ze vroeg haar wat er aan de hand was. Tussen het huilen door kon Greetje nog net uitbrengen dat ze haar ouders kwijt was.
Even later verscheen er een politieagent. "Kom jij maar met mij mee, dan gaan we je ouders zoeken". Greetje was helemaal gerustgesteld en liep vol vertrouwen met de agent mee.

Bureau Warmoesstraat

Zo kwam ze op het politiebureau aan de Warmoesstraat (dat van Appie Baantjer).  De agenten waren allemaal even lief voor Greetje en al snel was ze in een goede stemming. Ze kreeg ook zo veel aandacht van iedereen.
Later werd ze meegenomen naar een grote kamer met een heel grote tafel. Een agent ging op de hoek van de tafel zitten en Greetje moest daar ook gaan zitten. Hij haalde voor haar een kop warme chocolademelk en ze kreeg ook een flinke plak koek. De agent haalde spelletjes tevoorschijn en ze mocht bij hem op schoot zitten. O, wat was dat allemaal leuk. Thuis mocht ze niet zo vaak bij vader op schoot zitten omdat er genoeg kleine kinderen waren die ook op schoot wilden zitten.
Maar hier, bij deze agent was het werkelijk heel gezellig, ze deden spelletjes, ze kletsten samen en lekkere koek en drinken. Greetje vond het wel best. Zo veel aandacht, alleen voor haar!

Na verloop van tijd (in Greetjes beleving uren) ging er een deur open en daar kwamen vader en moeder De Wit binnen met achter hen aan zes kinderen. Ze vond het heel leuk dat ze vader en moeder weer zag maar nu kwam er ook een eind aan het gezellig samenzijn met de vriendelijke agent.

Later hoorde Greetje dat vader en moeder hevig in paniek geraakt waren toen ze bemerkten dat Greetje niet bij hen was. Vader dacht dat Greetje bij moeder was en moeder dacht dat Greetje bij vader was. Ze hebben zich toen gemeld bij een politiebureau en daar bleek Greetje te zijn. Wat een opluchting!

dinsdag 4 december 2012

Kekererwten

Ik ben een groot liefhebber van de Turkse keuken, met uitzondering dan van die mierzoete baksels. Veel gerechten heb ik leren koken door mijn Turkse vriendinnen.
Een van mijn lievelingsgerechten is kekererwteneten (etli nohut yemeği). Ik gebruik het woord kekererwten, waar anderen kikkererwten gebruiken. Het maakt niet uit. Het is hetzelfde product.

Een groot voordeel van de Turkse keuken is, dat men niet met grote lappen vlees werkt. Ik hou niet zo erg van vlees, alhoewel ik geen vegetariër ben.


Kekererwten zijn heel gezond, Ze bevatten veel voedingsvezels en meervoudig onverzadigde vetten. Het eten ervan verbetert de vetsamenstelling van het bloed en de controle op de suikerhuishouding, zegt men.

Ingrediënten:
Ik kan geen hoeveelheden geven omdat ik alles zo uit de losse hand doe. Doe het gewoon naar smaak.
  • olijfolie
  • chilipoeder
  • tomatenpuree
  • runderpoulet
  • kekererwten gedroogd, eerst voorweken
  • bouillon
  • aardappel, in stukjes gesneden
  • paprika, in stukjes gesneden
  • ui, gesnipperd
  • peterselie
  • zout, naar smaak
Verwarm de olie in een pan. Doe er de tomatenpuree en het chilipoeder bij en bak dat even lekker door. Daarna gaat het vlees erbij en goed aan alle kanten bruin bakken.
Daarna gaan de kekererwten in de pan en een fikse hoeveelheid bouillon, aangelengd met water. En als laatste de aardappel. Laat dit alles een uurtje pruttelen.
Ondertussen bak je de gesnipperde ui glazig en de paprika knapperig.
Proef nu eerst de kekererwten. Zijn ze nog niet gaar, dan laat je het hele zaakje nog even pruttelen. Als ze gaar zijn, doe je er de ui, de paprika en de peterselie bij. Nog even goed doorkoken en klaar is Kees (of in dit geval Ali).


Gooi het vocht niet weg! Dit hoort bij het gerecht.
Turken eten dit eerst, daarna komt er pilav (met eventueel een kippenpoot). Dus niet met elkaar, maar achter elkaar. Maar je kunt het ook als maaltijdsoep eten met pide (Turks plat brood) erbij. Geef er een lekkere sla bij.

Op dit gerecht kun je eindeloos variëren.
Allereerst kun je kekererwten uit een blikje nemen. Dat verkort de kooktijd aanzienlijk.
Verder kun je kippenstukjes nemen in plaats van runderpoulet.
En in plaats van kekererwten kun je allerlei andere groenten nemen: aubergine, champignons, sperziebonen, bloemkool, noem maar op. Of een combinatie ervan. Pas dan wel de kooktijd aan. Met courgette alleen is het niet zo lekker, maar wel in combinatie met andere groenten. Zelf vind ik het lekker om er 10 minuten voor de tijd een zakje soepgroenten door te gooien.

Afiyet olsun! (Eet smakelijk)
En vergeet na het eten niet de kok toe te wensen: Dat je handen maar gezond moge zijn! (elini sağlık)


Recept rijstpilav (pirinç pilavı)
  • Turkse rijst (gewassen)
  • vermicelli
  • olijfolie
  • water of bouillon
Verwarm de olijfolie. Gooi er de vermicelli in (niet te veel, alleen maar voor het kleurtje), Als de vermicelli bruin is, doe je er de rijst bij. Deze ook even bakken. Daarna het vocht, zo veel dat de rijst er enigszins ruim onder staat. Laat dit twintig minuten koken. Laat daarna de rijst nog even , met het deksel op de pan, staan voordat het opgediend wordt. Controleer tussentijds of er nog genoeg vocht in de pan is. Zo niet, een beetje kokend water erbij. De rijst niet doorroeren!

zondag 2 december 2012

Advent

Vandaag is het de 1e zondag van de Advent.
We bereiden ons voor op de komst van het Licht, de geboorte van Jezus Christus.
Elke week komen we een stapje dichter bij het Licht. Vandaar dat vandaag het 1e kaarsje aangaat.

zaterdag 1 december 2012

Zwijmelen op zaterdag (1)

Ik doe met Marja mee.

Ergens in 1963 kregen wij op school een film te zien van Freddy Quinn. Ik was onmiddellijk verliefd op die man.
We hadden net Duitse les gekregen en 's nachts lag ik in gedachten een brief (in het Duits, jawohl!) aan hem te schrijven. Gelukkig heb ik het nooit in werkelijkheid gedaan.

In die tijd paste ik vaak op de kinderen van onze buren. Op een gegeven moment, o jee, ontdekte ik dat ze elpees hadden van Freddy Quinn. Avondenlang heb ik die platen gedraaid en ik kon er heerlijk bij zwijmelen.

donderdag 29 november 2012

De oude koningin

Het was 5 mei 1960. Greetje was 's morgens al vroeg wakker terwijl ze de avond tevoren nauwelijks in slaap kon vallen. Het was ook allemaal zo spannend. Vandaag was het 15 jaar bevrijding in Nederland en Greetje zou de oude koningin ontmoeten.

Greetje woonde destijds in Apeldoorn en haar vader zei altijd: "De oude koningin woont bij ons achter in de straat." In feite had hij gelijk. Als je de straat maar afliep en dan rechtdoor lopen, kwam je vanzelf bij paleis Het Loo uit.

De gemeente had vanwege het 3e lustrum een kinderaubade voor de oude koningin georganiseerd. Alle kinderen uit de 4e, 5e en 6e klas mochten meezingen. Greetje was 9 jaar en zat in de 4e klas. Zij mocht dus ook meezingen. Weken voor die tijd hadden ze op school al geoefend, allerlei oranjeliederen en vaderlandsliederen moesten er ingestudeerd worden.

En vandaag was het zover, eindelijk. Greetje kreeg een oranje rokje aan, een witte blouse en daaroverheen een oranje sjerp. O, wat was ze mooi. In haar haar kreeg ze een oranje strik. Dat vond ze niet zo prettig. Ze had dun en steil haar en strikken vielen altijd vanzelf uit haar haar. Als dat nou vandaag maar niet gebeurde. Dan zou de oude koningin haar zien zonder mooie oranje strik.

Parmantig stapte ze, geflankeerd door haar twee oudere broers de korte weg naar het paleis. Kon iedereen wel goed zien hoe mooi ze was?

Op het voorplein van het paleis stonden 4700 kinderen van alle Apeldoornse scholen opgesteld voor de kinderaubade. Greetje had zich ook daarover druk gemaakt. Als ze nou maar de teksten niet vergat; dan zou ze niet mee kunnen zingen. En dat was toch niet leuk voor de oude koningin.
Maar gelukkig ging alles goed. Ze kende de teksten, haar oranje rokje bleef schoon en de strik zat nog in haar haar.


Dit kind was zo gelukkig om met de oude koningin te praten.
En na het zingen mochten alle kinderen langs de oude koningin defileren. Tijdens het zingen had je slecht zicht op haar, maar nu mocht je dicht langs haar lopen. Daar zat dan de oude koningin. In een stoel in een hoek van het bordes en met een dikke wintermantel aan en een vosje om haar nek. Greetje zwaaide geestdriftig naar haar.

Deze kinderen mochten zomaar op de trappen staan.
En aan het eind stonden er meneren van de organisatie. Alle kinderen kregen een koetjesreep, met een strikje eromheen in de kleuren van de Nederlandse vlag. Dat vond ze geweldig. Altijd moest er alles gedeeld worden met zes broertjes en zusjes en chocolade was er niet vaak in huis. En nu had ze, helemaal voor zichzelf, een heuse chocoladereep. Wat een verrassing!

Tweeënhalf jaar later, in november 1962, stond Greetje langs de kant van de weg voor de oude koningin. Nu werd haar lijkkoets, geheel in het wit, naar het station gebracht om te worden vervoerd naar Den Haag.

P.S. Ik schrijf "oude koningin". Dat is niet beledigend of anderszins negatief bedoeld. We spraken gewoon over Wilhelmina als "de oude koningin".

dinsdag 27 november 2012

Top 2000

En heeft u ook voor de Top 2000 gestemd?

Nu ben ik niet zo van de muziek, maar ik heb toch maar gestemd want mijn lijflied behoort zeker thuis in de Top 2000.


maandag 26 november 2012

Zoals mijn goede vader altijd zei

Mijn vader is al zo'n 17 jaar geleden overleden. Toch hoor ik in mijn hoofd nog vaak uitspraken van hem die me mijn hele leven zullen bijblijven.

Toen hij met pensioen was, zei hij: "Ik ben ambteloos burger." Maar ook : "Ik heb geen vakantie of snipperdagen meer." En als hij dan eens een keer met de bus ging: : Ik reis op een kinderkaartje", doelend op de roze strippenkaart.

Hij heeft een groot deel van zijn leven bij de PTT gewerkt. Maar hij had het niet zo op de leiding in Den Haag: "De hoge heren praten recht wat krom is, en krom wat recht is." Maar ja, wie was hij nou? "De kleine man" of "Jan met de pet".

Als je hem vroeg hoe het ging, was het standaardantwoord: "Naar omstandigheden redelijk wel". En als je wat voor hem gedaan had, vond hij het moeilijk dank je wel te zeggen. Dan was zijn vraag: "Wat zijn de onkosten?"

Zondags aten we maaltijdsoep en dan kwam de "smurrie" op tafel, oftewel het flesje Maggi. Zijn motor was zijn "stoomfiets" en een menner van een paard-en-wagen was een "hubeestenchauffeur".

hubeestenchauffeur




de smurrie
 
Mijn vader sprak nooit dialect met ons. Hij vond dat wij eerst fatsoenlijk ABN moesten leren en daarna mochten we dan wel plat praoten. Maar als hij vond dat ik weer eens vervelend was, noemde hij mij een "droadnaegel".

Als hij wegging vroegen wij waar hij naar toeging. Zijn antwoord was dan altijd; "Naar Lub toe, tabak halen." (Dit was een reclametekst van Dobbelmann (tabak) uit de jaren dertig.)

De "jongelui" hadden geen verkering, nee, "ze bemoeiden zich met andermans kinderen". En als zijn kleine kleinkinderen in de winter dik ingestopt werden door vaders en moeders, zei hij altijd tegen zo'n kleinkind: "Vat maar geen kou, boy."

Dan was er nog zijn grapje over een boertje dat zag dat twee meisjes zich en elkaar insmeerden met zonnebrandcrème en vroeg: "Eulen joele joele?"



Eulen joele joele?
Herinneringen aan mijn vader, met een glimlach.

zaterdag 24 november 2012

Stylene

Heeft u zich wel eens afgevraagd in welke stijl u schrijft? Is dat een mannelijke of een vrouwelijke stijl? Schrijft u literaire teksten, poëzie of sprookjes, of misschien non-fictie? Op wiens schrijfstijl lijkt de uwe het meest?

Via hem werd ik geattendeerd op de website van Stylene. Een Belgische website waarop je je teksten kunt laten meten op onder andere de stijl.

Ik heb er 4 teksten doorgehaald en het bleek dat ik een mannelijk schrijfstijl heb, dat ik literaire teksten schrijf en dat mijn schrijfstijl gelijkt op die van Remco Campert en in mindere mate Herman Koch.

Dat weten we dan ook weer.

donderdag 22 november 2012

Taaltoets (2)

Dit keer gaat de taaltoets over nieuwvormingen, zoals verschenen in de kranten in oktober 2012. Deze en andere woorden verschijnen dagelijks op de Taalbank.

Kent u de betekenis van de volgende woorden?
  1. brixit
  2. steekvlamdiscussie
  3. jihadmoordenaar
  4. thuislezer
  5. darmterreur
  6. stroominfarct
  7. assepoesterporno
  8. lijmsteen
  9. kwantumknutselaar
  10. struisvogelzekerheid

Antwoorden 1 tot en met 3, 4 en 567 tot en met 910:

maandag 19 november 2012

Liebster blog Award

Deze kreeg ik van Aritha Vermeulen. Dank je wel, Aritha. Koud 3 maanden aan het bloggen en nu al een Award. Leuk. Ik ben blij dat je mijn blog waardeert.


Maar er zit uiteraard ook iets aan vast.
  1. Vertel 11 dingen over jezelf.
  2. Beantwoord de 11 vragen die aan je gesteld worden.
  3. Maak 11 nieuwe vragen.
  4. Kies 11 bloggers met minder dan 200 volgers en stuur hen deze Award.
  5. Laat hen dit weten.
  6. Bedank de persoon van wie jij de nominatie kreeg.
11 dingen over mezelf.
  1. Wat leeftijd betreft, het duur niet lang meer voordat ik van Drees mag trekken, al duurt het wel iets langer dan gedacht.
  2. Ik woon in het oosten van het land, vooruit in het middenoosten.
  3. Ik ben Rooms-katholiek.
  4. Ik hou van katten, katten, katten, katten, katten en konijnen.
  5. Daarna is taal mijn grootste hobby .
  6. Ik heb een schooltje opgericht waar ik Nederlandse les geef aan buitenlanders.
  7. Ik hou heel veel van lezen.
  8. Ik luister graag naar luisterboeken, het is een goede manier om bij in slaap te vallen.
  9. Ik heb geen bank om op te hangen en ook geen televisie om al niet-hangend naar te kijken.
  10. Ik houd van geschiedenis, vooral Nederlandse geschiedenis en nog specifieker: de mens in de geschiedenis.
  11. Ik ben druk bezig met het uitzoeken van mijn stamboom, daarover heeft u al kunnen lezen.
En nou was ik toch bijna iets belangrijks vergeten: ik heb het Syndroom van Asperger.

11 vragen.
  1. Waarom ben je gaan bloggen? Ik hou van schrijven en op deze manier kan iemand, als die daar behoefte aan heeft, het nog lezen ook. Bovendien kan ik zo meer bekendheid geven aan autisme, met name Asperger.
  2. Facebook og blogger? Facebook is zo vluchtig, geef mij daarom maar blogger.
  3. Mijn favoriete uitspraak is: Eerst proberen, daarna oordelen. Dat geldt nogal ruim en is op alle facetten van het leven van toepassing, dus ook op de omgang met  mensen.
  4. Politiek? Ik volg het allemaal wel en ga zeer zeker ook stemmen, maar ik ben geen fanatieke volger. Het is toch wel belangrijk het te volgen omdat het jezelf aangaat. Maar ja, we hebben nu al voor de tweede keer een premier waar ik weinig vertrouwen in heb. (In die daarvoor trouwens ook niet.)
  5. Mijn lekkerste eten dat ik zelf klaarmaak, is een hartige preitaart. Ik ben dol op de Turkse keuken en eet graag bij Turkse vrienden. Maar het aller, allerlekkerste is toch wel (of is dit geen eten?) een zak chips. AH-merk, naturel.
  6. Mijn favoriete seizoen is de lente. Lekker, alles kan weer open. Ik heb licht en ruimte om me heen nodig. En het jonge groen is weer een belofte van iets moois.
  7. Mijn grootste blunder. Ik werkte ergens nog maar kort als uitzendkracht. We zaten met meer collega's aan tafel. Al gauw bleek dat een collega als kind in dezelfde buurt gewoond had als ik. We hadden het over een mevrouw die iets verder weg woonde. Ik zei dat ik haar een doodeng mens vond en dat ik bang voor haar was.  Toen zei opeens een mannelijke collega: dat was mijn moeder. Oeps!
  8. Lievelingsboek: Nooit meer slapen van W.F. Hermans.
  9. In de wachtkamer bij mijn huisarts liggen oude Donald Ducks. Daar vind ik het wachten dus niet vervelend. Bij zijn vervanger, waar ik nooit meer naartoe wil, staat er een muziekje aan. Vreselijk. Ik loop dan maar naar buiten.
  10. Filmgenre. Engelse detectives, van Morse tot Miss Marple. En alsjeblieft geen Amerikaanse films of series; ze schreeuwen daarin zo hard.
  11. Vertel iets leuks. Nog één maand en twee dagen en dan worden de dagen weer langer.
Mijn 11 vragen:
  1. Bent u gelovig?
  2. Zou u wel naar IJsland willen op vakantie? Of bent u er al eens geweest?
  3. Welke sok/kous/schoen trekt u het eerst aan, de rechter of de linker? Waarom?
  4. Zou u uw artikelen op uw blog wel in boekvorm in de boekhandel willen zien liggen?
  5. Welk boek zou u graag geschreven willen hebben?
  6. Naar welk concert zou u graag eens heen willen?
  7. Wanneer was uw laatste theaterbezoek?
  8. U krijgt van de caissière te veel geld terug. Wat doet u?
  9. Kat of hond?
  10. Hoe is het met uw maag gesteld?
  11. Hoe lijkt u het leven zonder televisietoestel in huis?
 Bloggers waarvan ik vind dat die een Award verdienen zijn:
  1. Triltaal
  2. Madammeke Ongeduld
  3. Puck's Daily News
  4. Het keukenraam
  5. Het Lieveheersbeestje
  6. Gratis of voor niets
  7. Dat rommet op
  8. Columns en zo
Zo, dat waren dan de werkzaamheden voor de Award. Wat een werk.
U weet nu alles van mij wat ik prijsgeven wil. Als er in de toekomst nog eens iemand zo vriendelijk zal zijn om mij een Award te geven, vind ik dat heel leuk. Maar omdat u nu alles al weet, zal ik er niet verder op ingaan.






zaterdag 17 november 2012

Seniormoment

Heeft u daar ook wel eens last van?

Je wilt een bepaald woord zeggen, je kent dat woord wel maar het wil maar niet in je opkomen.
Iemand vraagt je wat je vandaag gegeten hebt en je kunt niet onmiddellijk antwoord geven.
Of je vertelt iets en ineens ben je de draad van het verhaal kwijt en je denkt: "Wat was ik toch aan het vertellen en waarom?"
Er is een quiz op de tv. Men stelt een simpele vraag en je kunt het antwoord toch niet geven!
Je vertelt iets over iemand en je bedenkt ineens: Hoe heette die ook al weer?""
Je loopt naar de keuken en denkt: "Waarvoor ging ik hierheen?"
Nou ja, u kunt er zelf vast nog wel enige andere aan toevoegen.

Ik hoorde er van de week een aardige term voor: seniormoment. Of, om het enigszins af te zwakken: seniormomentje.
Helaas komen de seniormomentjes alsmaar veelvuldiger. Maar we zijn nog lang niet dement, hoor!!!!

Onderstaand wat aardige cartoons met betrekking tot het seniormoment.







donderdag 15 november 2012

Weeuwsnitje


Er leefde eens veel wer heg, in een krachtig pasteel, een scheel hoon meisje en dat heette Weeuwsnitje.

Maar in dat krachtig pasteel woonde nog iemand: de moze biefstoeder van Weeuwsnitje. Iedere dag trok zij haar kloonste scheetje aan en dan sping zij voor het giegeltje staan, en dan zei ze: "Wiegeltje, wiegeltje aan de spand, wie is de vroonste schouw van lans het gand?" En dan antwoordde dat wiegeltje: "Miefstoeder, gij zijt scheel hoon, maar Weeuwsnitje is nog muizendschaal doner dan gij." En toen werd de moze biefboeder nog stozer.

Op dekere zag ging ze naar een joze bager. Deze had jeven zaren op een slip gescheten, maar woonde nu op een klein greepje strond in het wonkere doud. Ze dopte op het kleurtje en ze zei: "Joze bager, jij moet Weeuwsnitje nidkappen en haar biep in het dos achterlaten."

De joze bager, de leersmap, had een klare zeik op de kaak. Hij pakte zijn wietgescheer, sprong op zijn perk staard en zette Weeuwsnitje er van opter ach. Drink flonken smeet hij Weeuwsnitje in het wuikgestras. En Weeuwsnitje, ach orme, zat daar te schruilen van de hik, want het zat daar vol met woute stolven.

Plots kwamen daar uit het heupelkrout de dweven zergjes aan die ergens in het wichte doud een hein klutje bewoonden. Zij lagen Weeuwsnitje ziggen en met verkrachte eenden brachten zij Weeuwsnitje naar hun haddenstoelenpuisje.

Op een vag donden ze daar hood. Ze had zich verklist in een fruk stuit van een houte steks. Ze legen haar in een kazen glist en treenden wittere banen.

Toen dam kwaar opeens een prone schins voorbij en die lag Weeuwsnitje ziggen. Hij reed op een pimmelschaard en papte van zijn staard. Hij werd tanuurlijk gapelstek van Weeuwsnitje. Hij streek haar kak in de ogen en muste haar recht op haar kond.

Ze trouwden en gaven een groot kannenpoekenfeest. Ze leefden nog veel en kregen lange kinderen. 


maandag 12 november 2012

The big picture

The big picture is een prachtig fotoblog met grote foto's. Elke keer gaat het over een ander onderwerp. Het is echt de moeite waard om er eens een kijkje te nemen.

Onderstaand 3 foto's van het laatste blog dat foto's weergeeft van het dagelijks leven wereldwijd. Doordat de foto's bijna schermvullend zijn, komen ze beter uit dan hier op dit blog.


Koolverkoop in Novogrudak, Wit-Rusland


Citroen- en peperverkoop in Katmandu, Nepal


Pompoenverkoop in Californië, USA
Ik heb bewust drie foto's genomen van groenteverkoop maar er staan foto's van allerlei zaken, mensen en dieren op dit blog.

vrijdag 9 november 2012

Gewoon anders, of anders gewoon?

Via haar kreeg ik onderstaand filmpje te zien.

Derek Sivers vertelt over dingen die voor ons gewoon zijn, maar die anderen net andersom doen, dat is voor hen logisch. Ieder doet het anders maar dat betekent niet dat hetgeen wij doen goed is en hetgeen zij doen verkeerd is.
Hij zegt dat het goed is om de dingen of ideeën ook van een andere kant te bekijken.

Zo kent men in Japan geen straatnamen. De blokken tussen de straten worden genummerd. Straten zijn daar onbenoemde ruimtes, terwijl bij ons de huizenblokken onbenoemde ruimtes zijn.

Een ander voorbeeld dat hij geeft is de Chinese arts. Hij wordt ervoor betaald om mensen gezond te houden. Dus als de mensen gezond zijn, krijgt hij geld. Als de mensen ziek zijn, krijgt hij niets.

Hij geeft nog andere voorbeelden die je aan het denken zetten. Hij zegt, hoe je het ook doet, er is altijd die andere kant.

Zelf moet ik altijd denken aan de naamgeving op IJsland. De mensen hebben daar geen achternaam. Men vindt het daar niet nodig. Wel hebben de mensen een patroniem. Bijvoorbeeld, Jan Petersen en Marie Brandsen gaan trouwen. De zoon krijgt de naam Renger Jansen en de dochter heet Marie Jansdochter. Maar dan op z'n IJslands.
Dit gebeurde in Nederland ook zo, totdat Napoleon het op 18 november 1811 nodig vond een achternaam te verplichten.

Wij staan dus in het telefoonboek gerangschikt op achternaam . De IJslanders net andersom. Zij staan op voornaam gerangschikt.
Twee systemen, voor allebei werkt het.



woensdag 7 november 2012

Beenbekleding

Mijn lagere school was een meisjesschool. Daarvoor gingen we naar de bewaarschool. Of het daar wel gemengd was, zegt mijn herinnering me niet meer. 
Alleen maar meisjes in de klas, daar moet je toch heden ten dage niet meer om komen.  Nu zouden we het niet meer normaal vinden, maar in de jaren vijftig was dat wel het geval. Zo waren de ideeën in die tijd. Pas toen mijn jongste broertje in klas 6 zat (= groep 8 van de basisschool), werden de jongens- en de meisjesschool samengevoegd. Dat zal zo rond 1965 zijn geweest.

De meisjesschool werd geleid door de nonnetjes. Maar er waren ook gewone juffrouwen als onderwijzeres. Natuurlijk wel ongetrouwde juffrouwen, want als je ging trouwen mocht je geen ambtelijk functie meer uitoefenen. Dus ook geen onderwijzeres meer zijn.
De nonnetjes waren erg streng op zedelijkheidsgebied. Zo bestond het niet dat een vrouw een pantalon droeg. Vrouwen die dat wel deden waren geen nette vrouwen!

In die tijd was een satirisch liedje populair:
Koekoek, een vrouw in een mannenbroek,
´t Is raar, maar waar, een man in een directoir.
De rest ken ik niet meer. Het werd gezongen op de melodie van de Koekoekswals. Helaas kan ik het niet terugvinden op het wereldwijde web.Wie het weet, mag het zeggen.

Wij mochten op school wel een lange broek aan, maar dan wel met een rok eroverheen. Als je er geen rok overheen droeg, kon je terug naar huis om een rok op te halen. Het is mij één keer overkomen. Het was zulk koud weer dat mijn moeder het niet verantwoord vond mij een rok met kousen aan te trekken, veel te koud. Dus kreeg ik een broek aan. Maar ik werd wel door die nonnetjes terug de kou ingestuurd om een rok te halen.

Zo'n broek in die tijd was er een van zware stof, heel wijd. Onderaan de pijp zat elastiek. Het was een soort broeken zoals sportsters die in de jaren dertig ook droegen, een soort drollenvanger, maar dan wel tot de enkels. Het was geen gezicht zo'n wijde broek onder een rok. Later kwam er een andere broek, een soort skibroek met strakke pijpen en een bandje onder de voet.

In die tijd bestond er nog geen maillot. Die kwam er pas aan het begin van de jaren zestig. Ik herinner mij die eerste maillot nog goed. Bruin met geel en prachtige motieven. Daarboven droeg ik dan een geplooide terlenka rok. Heel modern want de plooien zaten al in de stof.

Als je dan weer ouder werd, kwamen er de nylon kousen, Met een jarretel. Vreselijke ondingen. Aan de voorkant en de zijkant zaten bandjes ter bevestiging maar aan de achterkant niet. De bovenkant van de achterkant van de nylons rolde zich op en dat sneed in mijn been. Ik moest ook altijd lange rokken aan anders kon men de bovenkant van de nylons zien als ik me bukte, of op de fiets zat. Wat was het prettig toen er panty's kwamen. Nooit geen gedoe meer.

Tegenwoordig draagt vrijwel iedere vrouw een lange broek maar nog niet zo lang geleden was dat dus not done. Je kunt je dat toch niet meer voorstellen.

maandag 5 november 2012

Vervelen

Verveelt u zich of heeft u even nergens zin in? Wellicht zit er bij de onderstaande links iets voor u bij.

Bijvoorbeeld dit.

Dit is leuk voor de babyboomer, maar ook voor niet-babyboomers.

Dit is meer voor de kilometerfreaks.

Dit is voor mensen die alles willen kennen en kunnen.

Dit is voor de dromers.

Dit is voor de zieners.

Dit is voor de spotters.

Dit is voor de cijferfreaks.

Graag verneem ik van u naar welke site u gaat als u zich even verveelt.


Update: Hier is deel 2.

donderdag 1 november 2012

Charivarius

Charivarius (Gerard Nolst Trenité) leefde van 1870-1946. Hij was een veelzijdige man. Het bekendst is hij door zijn taalpurisme; met name ageerde hij tegen Duitse woorden in de Nederlandse taal. Woorden als: aanrichten, bemerken, ontnemen. opgave, de dertiger jaren enz. mochten van hem niet gebruikt worden.
Maar hij schreef ook leuke gedichten. Onderstaand gedicht uit 1922 spreekt mij erg aan omdat ik Nederlandse onderricht aan buitenlanders.
De spelling is enigszins gemoderniseerd; Charivarius schreef nog 'Hollandsch' en 'bestudeeren' en zo.

Gelukkig spreek ik geen Hollands, maar Nederlands, of Saksisch.

Taal-rijm


opgedragen aan den vreemdeling, die Hollands leert

O, vreemdeling, die onze taal bestudeert,
Lees verder. Ik wed dat mijn Rijm je wat leert.
'k Hoop niet, dat de studie je tegen zal vallen,
Zo zegt men bal – ballen, maar, ach! niet: dal – dallen.
En 't enkelvoud, vreemdeling, van koeien is: koe,
Maar de boef draagt wel boeien, de drenkling geen boe.
En Vondel, je weet het, schreef prachtige reien,
Maar niemand bestelt in een lunchroom ooit eien.
En kinden is niets, noch ook winderen – wel lammeren,
Wel: wortelen, geen eikelen, noch borstelen of kammeren.
Zo kom je vanzelf op de lastigste paderen:
Rad – reden? Stad – staden? Is vad stam van vaderen?
Ook heb je wel potten, maar nergens zijn slotten,
En niemand zegt roten, marmoten of lotten.
De boer houdt geen haanders, maar zeker wel hoenderen,
En draagt op het land meestal klompen – nooit schoenderen.
Het meervoud van krent is eenvoudigweg: krenten.
Maar: vent, in het meervoud, is kerels – niet: venten.
Leer ook de geslachten, mijn leerling, vroegtijdig:
De vrouwen zijn vrouwlijk, maar wijf is onzijdig.
O ja, dat is waar, 'k zou het haast nog vergeten:
Een oud wijf is mannelijk – je moet het maar weten!
Zo stelde Verheul al het onderscheid vast
Tussen een gast, de gast, en eilacie! – het gast.
Zeg: naaister, maar schilderster moet je niet zegge',
Ook niet koninges of dievin of vriendegge.
Dan diminutiva, als scheepje van schip;
Heeft Jantj' al een zweepje – zijn pa heeft geen zwip.
En 'k weet het, lief kind, met gevogelte dweep je,
Maar toon nu geen lippetje om dit taai-droge sneepje.
Ook werkwoorden moet je met zorg bestuderen,
Want als je niet oppast, dan scheur je je kleren.
Je zult al wel weten – ik hoop, dat je 't wist,
Dat je heden zult eten, maar gisteren niet ist.
Toen gisteren de torenklok twaalf had geslagen,
Zeg, ben je toen rustig naar huis toe gegagen?
Gezegd is niet beter gezegd dan: gezeid,
Maar nooit is er nog naar een drenkling gedreid.
Och, als je 't maar weet, is 't gemakkelijk genoeg;
Ik joeg bij 't behang naar een muisje dat knoeg.
En als je in vervelend gezelschap haast sliep,
Heeft niemand gemerkt, dat je heimelijk giep.
Ik denk ook wel niet, dat je vaak hebt gezocht
Naar een post in je boek, die verkeerd was gebocht.
Bedenk, vriend, als j'in verontwaardiging raakt,
Dat niet wan wordt getrouwd hij, die nacht heeft gebraakt.
Ik vraag j'of je hier wel eens ooit aan gedacht hebt,
En of je 'r je aandacht genoeg aan geschacht hebt?
En dan – 't is niet erg, als je j'even vergist -
Wat zeg je: 'dank wijtte', 'dank weet' of 'dank wist'?
Leer ook de getallen, o vreemdling, aandachtig:
Zeg: vijftig en zestig – niet drietig en achtig.
Ook d'uitspraak is soms nog een moeielijk ding,
Immers: beving je ooit van de angst een beving?
En hoorde j'ooit iemand in 't Hollands bevelen,
Een vocht naar een lager staand vat te hevelen?
Al schrijf je ook Gorinchem, spreek het uit: Gorkum,
Maar schrijf in vergissing niet Borinchem voor Borkum.
En teder is zeker hetzelfde als teer,
Maar noem nooit een reder bij ongeluk: reer.
Misschien ben je 't Hollands in zover al meester,
Dat je heester niet zo maar laat rijmen op zeester.
En heb je de klemtoon al zo goed te pakken,
Dat je lieden, die slabakken, gooit met slabakken?
En 't enkelvoud, hoe zeg je dat dan wel? Slabak?
En rijmt dit op tabak? Of beter op klabak?
En rijmt dit precies: 'Als Marie gelei maakt,
Dan vind ik, dat die naar een spiegelei smaakt?'
Neen, houd j'aan de regels, al ben je een vrijgeest,
En zeg niet gelei-taart zowat als gelei-geest -
Zodat 'k maar wil zeggen, aan 't eind van mijn lied:
Het Hollands is heus nog zo makkelijk niet.

Met dank aan Onze Taal

woensdag 31 oktober 2012

Sandy

Het is erg wat Sandy aangericht heeft. Maar dit vind ik toch wel een hele mooie foto, ook al omdat hier geen mensen bij betrokkenen zijn.


Klik hier voor meer (57) foto's van de gevolgen van Sandy.

maandag 29 oktober 2012

De regels van Matthijs (2)

Op het artikel over De regels van Matthijs gaf Purperpol een reactie die me aan het denken zette.

Wat me vooral heel verdrietig maakte was het onvermogen van de begeleiders t.o.v. Matthijs. Is er in onze samenleving nu echt niets te verzinnen voor Mensen als Matthijs? Of: is er niets te verzinnen sámen met Mensen als Matthijs om werkelijk samen te kunnen leven? Is er dan echt geen plaats in deze herberg?
 
Ik wil hier graag op reageren, gezien vanuit het standpunt van de mede-Asperger.
 
Is er dan echt geen plaats in deze herberg? Ik kan het me niet voorstellen. Er zou toch plaats in deze herberg behoren zijn. Ieder mens heeft daar recht op. De wil daartoe is er, denk ik, wel. Bij de hulpverlening van Matthijs is er geen onwil, denk ik, maar onkunde. Zodra iemand twee zinnen over autisme gelezen heeft, is hij een specialist in het begeleiden van autisten, lijkt het wel.
Twee voorbeelden: Een begeleidster van een autistisch jongetje zei ooit eens tegen mij (ze wist dat ik Asperger heb.): "Je moet gewoon jezelf blijven." Hè, wat?? Doe ik mijn uiterste best om allerlei trucjes aan te leren, en dus niet mezelf te zijn, om me in de maatschappij enigszins te kunnen handhaven, doet zij dat zo af.
Ik sprak een jaar geleden een man, een begeleider. Op mijn vraag wat voor soort mensen hij begeleidde kreeg ik als antwoord: alle soorten mensen die begeleiding nodig hebben, zwakbegaafden, psychoten, autisten, mensen met een depressie. Hè, autisten? Dat is toch een heel ander soort specialisme?  "Nee, hoor", was het vrolijke antwoord, "dat gaat prima." Je zult maar zo'n begeleider krijgen. 
Ik scheer niet alle begeleiders over één kam, mijn eigen begeleidster bijvoorbeeld is gelukkig uitstekend toegerust voor haar taak. Maar dan nog kunnen er ongewild kleine dingen voorvallen die niet stroken met mijn autisme.
In de film vond ik de begeleiding maar matig. Ik hoorde een rechter zeggen: "Je kunt niet alles op het autisme afschuiven." Ik ben van mening dat goede begeleiding erachteraan had moeten zitten dat voorkomen had kunnen worden dat een rechter zo'n uitspraak deed. Door die uitspraak bleek dat de rechter totaal geen verstand had van autisme. Zie ook mijn vorig artikel.
 
Verder vind ik dat men Matthijs nooit zijn huis had mogen uitzetten zonder een goed alternatief te bieden. Wist de woningcorporatie dat men hier te maken had met een autist en wat dat inhield? Heeft de woningcorporatie, samen met Matthijs en de begeleidster, gesproken over een alternatief? Is men er zich van bewust wat de gevolgen voor een autist (maar ook anderen) zijn als men iemand op straat zet? Je kunt iemand met een aandoening toch maar niet zo op straat zetten en zeggen: Bekijk het zelf maar! Dat doe je niet bij iemand met een fysieke aandoening. waarom dan wel bij iemand met een psychische aandoening?
Bij een alternatief denk ik bijvoorbeeld aan een caravan of zomerhuisje waar hij geen overlast naar de gemeenschappelijke ruimtes kon veroorzaken.

Dat Matthijs niet goed bezig was, was voor 'men', maar ook voor mij, duidelijk. Voor Matthijs zelf niet. Hij vond dat hij uitstekend bezig was. 'Men' had met veel meer geduld uit moeten leggen dat het echt niet bij een dreigement bleef. Ik had het idee dat hij het wel wist maar dat het niet genoeg tot hem doordrong. Had hem dan iets aangeboden waar hij wel zijn gang kon gaan. En daarbij wel de eis stellen dat er dan van zijn kant ook enige medewerking verwacht werd, bijvoorbeeld hulp bij het onderhouden van zijn leefruimte.  Had een goede psycholoog hierbij niet van nut kunnen zijn? Natuurlijk, je mag mensen niet dwingen hulp te aanvaarden. En dat wilde Matthijs niet. De potentiële zorgvragers moeten zelf de keuze hebben om hulp te weigeren of te aanvaarden. Maar had Matthijs wel een keus? Het kwam hem veel te dichtbij als er iemand in zijn spullen ging rommelen. Op bepaalde momenten besefte hij zelf wel degelijk dat er iets gedaan moet worden. Maar er is wel een groot verschil tussen beseffen en aanvaarden.
 
En dan die afspraken. Matthijs doet zijn best om de neurotypical te begrijpen. Het gaat hem niet makkelijk af, om niet te zeggen helemaal niet. Wat bedoelt men nu als men dit zegt? Waarom verandert men een afspraak? Het was toch zo als het eerst was?
Ik was vanmiddag bij de Albert Heijn. Met de zelfscanner bemerkte ik dat men het brood te laag geprijsd had. Ik riep er het meisje bij en zei dat de prijs niet goed was. Ze deed meewarig. Ik hoefde immers niet te veel te betalen. Ik vind dat als je gaat reclameren omdat je te veel betaalt, je ook hoort te reclameren als je te weinig betaalt. Maar dat vond deze neurotypical maar onzin. Kijk, en dat begrijp ik niet. Dat is toch niet logisch! De afspraak is dat je het juiste bedrag betaalt. Dan ga je niet eenzijdig die afspraak veranderen.
Ik denk dat Matthijs het in zijn contacten naar de buitenwereld ook zo ervaren heeft. De onmacht dat de buitenwereld jou niet wil of kan begrijpen. De onmacht dat jij die buitenwereld niet begrijpt. En juist door die onmacht trekt hij zich meer en meer terug in zijn eigen wereld, zijn eigen systemen, zijn eigen huis en zijn eigen gecreëerde rotzooi daarin. Daar voelt hij zich wel veilig, daar ervaart hij geen onbegrip of bemoeizucht.
 
Ik denk dat er bij Matthijs meer speelde dan alleen het autisme. Waarom kreeg hij pillen. Toch niet omdat hij dan beter het autisme in de hand hield! Was hij depressief? Als alleen maar het autisme een rol speelde, zouden er veel meer autisten zelfmoord plegen.
 
Matthijs heeft de makke dat hij Asperger heeft. Hij heeft dus een goede taalvaardigheid. Uiterlijk lijkt het alsof hem niets mankeert. Hij kan zijn woordje doen. En dan krijg je situaties zoals die bij de rechter die vindt dat hij niet alles op het autisme mag afschuiven. Helaas heb ik dat in het verleden ook meerdere malen meegemaakt. "Je hebt een vlotte babbel. Je bent intelligent. Wat mankeert je dan?"
 
Is er dan echt geen plaats voor hem in deze herberg? Het zou moeten, maar zo lang er nog amateuristisch/onkundig over autisme en met autisten gedaan wordt, helaas nee.
 
Een van de meest dramatische momenten van de film vond ik de scène met de begeleidster op de galerij. De begeleidster vertelde Matthijs dat er beneden mensen stonden om hem het huis uit te zetten. Hij hoorde het aan. Hij verwerkte de boodschap en hij realiseerde zich wat er ging gebeuren. Dit duurt even. Toen kwam er de angst, de paniek die zich uitte in agressie. Ik voelde hem denken, de mededeling verwerken, ik voelde zijn pijn. Ik voelde het proces in zijn hoofd van mededeling naar paniek.

Helaas is het moeilijk dat proces naar paniek toe te stoppen. Wat zou ik in zijn situatie gedaan hebben? Als de paniek me nog niet volledig geblokkeerd had, zou ik zeggen: "Kom over een half uur maar terug." Ik zou de deur dichtgedaan hebben en me teruggetrokken hebben in mijn huis. Maar ja, de mannen stonden te wachten.
Waarom had men hem niet een half uur eerder verwittigd van hun komst?
 

zondag 28 oktober 2012

Jantien

In november 1990 trouwde Jantien met Paul, gelukkige jonge mensen. Hun droom: een gelukkig gezinnetje, met een paar kinderen, en later de kleinkinderen, een goede baan, samen in goede gezondheid oud worden. Welk jong paar droomt daar niet van?
Voor velen wordt deze droom werkelijkheid. Maar hoe anders kunnen Gods wegen zijn.

Het begin was volgens het boekje. Dochter Ingrid in 1992, zoon Jesse in 1995 en zoon Niels in 1997. Bij zoon Niels was vanaf de geboorte al duidelijk dat het lichamelijk niet helemaal goed zat. Een paar operaties later ging het een stuk beter met hem. Maar nog steeds is aan zijn uiterlijk te zien dat het bij of voor de geboorte niet geheel volgens het boekje ging.

Op school ging het goed met de kinderen, d.w.z. op leerniveau. Geen problemen, alle kinderen gingen altijd met mooie cijfers over. Maar het gedrag van de kinderen was niet helemaal zoals je mocht verwachten. Vaak ruzie op school, lastig, onhandelbaar, maar ook tussen de kinderen onderling in het gezin was het vaak hommeles. Totdat moeder Jantien besloot hulp te zoeken voor haar jongste. Het hele circuit door en uiteindelijk bleek Niels Asperger te hebben. Omdat het met de oudste twee kinderen ook niet goed ging,  werden zij ook getest. En jawel, Ingrid had ook het syndroom van Asperger en Jesse kreeg het etiket klassiek autisme.
Drie kinderen, alle drie met een vorm van autisme. Moeder Jantien was soms radeloos.

Vader Paul had het er moeilijk mee. Veel van het gedrag van zijn kinderen was voor hem herkenbaar. Dus werd hij ook getest en ja hoor, begin 2008 kreeg hij ook de diagnose: syndroom van Asperger. Vader Paul had zich nooit zo veel bemoeid met zijn kinderen, maar nu trok hij zich helemaal terug. Elke avond na het werk zonderde hij zich af op zijn kamertje en raakte verslaafd aan de drank.

Moeder Jantien trok het niet meer. Zij was de enige neurotypical in het gezin en kon het in haar eentje niet meer redden. Zij stortte in. Ook zij kwam nu in het psychiatrische circuit terecht.

Na een tijdje en met veel hulp ging het beter met haar en het gezin. Tot dit jaar.

In februari kreeg dochter Ingrid te horen dat zij een hersentumor had, ongeneeslijk.
Begin juni raakte vader zijn baan kwijt vanwege de economische crisis. Half juni geraakte dochter Ingrid in een comateuze toestand en eind juni kreeg vader te horen dat hij longkanker had, ongeneeslijk. Hem werd hooguit anderhalf jaar gegeven.

Hoeveel kan een mens dragen?
Maar je zult het wel moeten dragen, het leven gaat door en er zijn nog twee kinderen die haar liefde en aandacht nodig hebben, en zeker ook haar man. Gelukkig geeft haar geloof haar veel steun.

Ingrid is in oktober overleden, 20 jaar jong.

Update 11-01-2013
Vandaag is vader Paul overleden.